Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Tolk-vertalers / tolken-vertalers; vertaler-tolken / vertalers-tolken

Vraag

Zeg je in het meervoud tolk-vertalers of tolken-vertalers, vertaler-tolken of vertalers-tolken?

Antwoord

De gewone en meest gebruikte meervoudsvormen zijn tolken-vertalers en vertalers-tolken, maar tolk-vertalers en vertaler-tolken komen ook geregeld voor.

Toelichting

Tolk-vertaler en vertaler-tolk zijn zogenaamde copulatieve samenstellingen, die bestaan uit twee gelijkwaardige delen: een tolk-vertaler of vertaler-tolk is zowel tolk als vertaler. Dergelijke samenstellingen worden altijd geschreven met een koppelteken. De gelijkwaardigheid vereist dat bij meervoudsvorming beide delen in het meervoud gezet worden, dus tolken-vertalers en vertalers-tolken, net als secretarissen-penningmeesters, journalisten-cabaretiers.

Bij dergelijke samenstellingen hebben sommige taalgebruikers echter de neiging om alleen het laatste deel in het meervoud te zetten, net zoals je dat doet bij gewone samenstellingen (soepblikken, autowielen enzovoorts). Vandaar dat in de praktijk ook tolk-vertalers en vertaler-tolken voorkomt (net als secretaris-penningmeesters, minister-presidenten en rechter-commissarissen).

Zie ook

Advocaat-generaals / advocaten-generaal
Collega's-professoren / collega-professoren
Processen-verbalen / procesverbalen / processen-verbaal
Minister-presidenten / ministers-president / ministers-presidenten
Vertaler-tolk, tolk-vertaler

Naslagwerken

tolk-vertaler
Grote Van Dale (2005)

(de (m.); tolken-vertalers)

Van Dale Hedendaags Nederlands (2002)

[de ~ (m.), tolken-vertalers]

Koenen (1999)

[bij tolk] ~-vertaler, mv ~en-vertalers

Kramers (2000)

(de (m); -s of tolken-vertalers)

Nederlandse Taalunie