Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Respectievelijke / respectieve

Vraag

Is respectievelijke juist in de zin: De respectievelijke antwoorden van de drie geïnterviewden waren bijna identiek?

Antwoord

Nee. Correct is: De respectieve antwoorden van de drie geïnterviewden waren bijna identiek. Respectievelijk is een bijwoord, respectief een bijvoeglijk naamwoord.

Toelichting

Respectievelijk komt traditioneel alleen maar voor als bijwoord. Bijwoorden worden soms gekenmerkt door het achtervoegsel -lijk (gewoon vs. gewoonlijk; bepaald vs. bepaaldelijk). Vergelijk het Engelse -ly (honest vs. honestly). Een voorbeeld van het bijwoordelijke gebruik van respectievelijk is:

(1) Charlotte en Marieke aten respectievelijk oesters en kreeft.

Een voorbeeld van het gebruik van het bijvoeglijk naamwoord respectief is:

(2) De respectieve voorgerechten van Charlotte en Marieke waren oesters en kreeft.

Toch zie je vaak in een geval als (2): respectievelijke. Deze vorm geldt hier echter nog steeds als incorrect.

Overigens is het bijwoordelijke gebruik van dit woord (respectievelijk) veel gangbaarder dat het bijvoeglijke (respectief/respectieve). Daar komt bij dat het bijvoeglijke gebruik vaak vrij inhoudsloos is. Vergelijk:

(3) Peter en Kees waren erg tevreden met hun respectieve kamers.

(4) Judith en haar moeder hebben hun respectieve voertuigen geparkeerd.

Weglating van respectieve heeft nauwelijks enige invloed op de betekenis van (3) en (4), terwijl in (1) en (2) die invloed op de betekenis zeer relevant is. Respectievelijk en respectieve betekenen dan: 'in diezelfde volgorde'.

Zie ook

Dode / dodelijke slachtoffers
Gelukkiglijk / gelukkig
Onverwachtse / onverwachte
Recentelijk / recent
Tevergeefse / vergeefse
Voorafgaandelijk / voorafgaand

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005)

respectief (bn.) (...) betrekking hebbend op of bepaald door de betrekking tot ieder van de afzonderlijke zaken of personen waarvan sprake is (...) respectievelijk (...) I (bn.) elk voor zich (...) II (bw.) (bij opsommingen) in dezelfde volgorde als genoemd (...) respectievelijk (voegw.), ofwel

Van Dale Handwoordenboek (1996)

respectief (...) betr. hebbend op of bepaald door de betrekking tot ieder van de afzonderlijke zaken of personen waarvan sprake is (...) respectievelijk (...) achtereenvolgens => respectief (...) respectievelijk (...) dan wel

Kramers (1996)

respectievelijk bn bijw onderscheidenlijk, elk voor zich; in de genoemde orde

Wolters-Koenen (1996)

respectief bn 1 wederkerig, wederzijds; 2 onderscheidenlijk (...) respectievelijk bn, bw onderscheidenlijk, achtereenvolgens

Verschueren (1996)

respectief (...) bn. (...tieve) en ook bw. (...) onderscheiden, verschillend (...) respectievelijk (...) bw. en ook bn. onderscheidenlijk, ieder van zijn kant, voor zover het hem betreft.

Schrijfwijzer (1995) , p. 90-91

Het verschil tussen respectieve en respectievelijke is heel subtiel. Als het een bijvoeglijk naamwoord is, verdient respectieve de voorkeur. Als het een bijwoord is, moet het respectievelijk zijn.

Prisma Stijlboek (1993) , p. 220

respectief (bn) betrekking hebbend op iedere persoon of zaak afzonderlijk (...)

respectievelijk (bw) onderscheidelijk, in dezelfde volgorde

Taalbaak 85

Respectievelijk kan zowel een bijwoord, een bijvoeglijk naamwoord als een voegwoord zijn, en in die verschillende functies heeft respectievelijk verschillende betekenissen (...) Zijn respectieve/respectievelijke huwelijken: mag tegenwoordig allebei. Eigenlijk is respectief een bijvoeglijk naamwoord en respectievelijk een bijwoord. Nu is een belangrijk kenmerk van bijwoorden dat ze niet kunnen worden verbogen. Respectievelijke kan dus eigenlijk helemaal niet. Toch wordt respectievelijk in de meeste naslagwerken zowel 'bijwoord' als 'bijvoeglijk naamwoord' genoemd.

Nederlandse Taalunie