Is punctueel in de betekenis 'plaatselijk, gericht', zoals in punctuele ontslagen of punctuele acties, correct?
Nee. In die betekenis wordt punctueel soms gebruikt in het sociaal-politieke jargon in België, maar het is geen standaardtaal.
In de standaardtaal heeft punctueel de betekenis 'stipt, nauwkeurig'.
(1) We zullen de planning punctueel volgen.
In het Belgische sociaal-politieke jargon heeft punctueel er recent een betekenis bij gekregen. Die blijkt uit de volgende voorbeelden:
(2) Volgens de kranten verzetten de vakbonden zich tegen punctuele ontslagen bij Sabena. (in België, geen standaardtaal)
(3) Voor dat probleem kunnen we vooralsnog alleen punctuele oplossingen geven. (in België, geen standaardtaal)
Punctueel betekent in deze zinnen 'gericht, beperkt, individueel, voor één probleem'. Die betekenisuitbreiding van punctueel in België is waarschijnlijk ontstaan onder invloed van het Frans, waar ponctuel een vergelijkbare betekenisuitbreiding gekregen heeft: une action ponctuelle betekent 'een gerichte actie' en une projecteur ponctuelle is een 'spotlight'. Het gebruik van punctueel in de hier bedoelde betekenis is vrij beperkt en klinkt veel taalgebruikers vreemd in de oren. Het is dan ook geen standaardtaal.
Taalbeheersing in de Praktijk (1993), nr. 1, 28.
| punctueel | gericht | |
| Grote Van Dale (2005) | nauwkeurig | 2 met een bep. intentie, opzet, doelstelling, met een welomschreven doel |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 stipt, nauwkeurig, syn. zorgvuldig | 2 met een bepaalde intentie, syn. efficiënt |
| Verschueren (1996) | nauwlettend, gestreng, stipt, nauwkeurig | 1. naar een bepaald doel, een bepaalde richting uitgaand |
| Koenen (1999) | stipt, nauwkeurig | met een bep. doelstelling of richting |
| Kramers (2000) | stipt, zeer nauwkeurig | een bep. richting hebbend of gevend |