Is plotsklaps correct?
Ja, plotsklaps ('onverwachts, opeens, ineens') is standaardtaal naast eensklaps, plotseling en plots.
In de standaardtaal worden zowel eensklaps, plotseling en plots als plotsklaps gebruikt met de betekenis 'onverwachts, opeens, ineens'. Van die vier woorden zijn plots en plotseling het gebruikelijkst.
Het bijwoord eensklaps is een samengesmolten vorm van eens klaps, de tweede naamval van een klap. De tweede naamval heeft hier een bijwoordelijke functie; de letterlijke betekenis is dus oorspronkelijk 'als met een klap'.
(1) Hij kwam binnen en eensklaps werd iedereen stil.
Het bijwoord plotseling is met het achtervoegsel -(e)ling afgeleid van het synonieme plots. Plots is van oorsprong waarschijnlijk een klanknabootsend woord met in bijwoordelijk gebruik de betekenis 'als met een slag, als met een plof'.
(2) Plotseling begon kleine Saar onbedaarlijk te snikken.
Plotsklaps is wellicht ontstaan als een contaminatie van eensklaps en plotseling. Volgens sommige bronnen wordt het woord vooral schertsend gebruikt, maar het woord wordt lang niet door alle taalgebruikers (nog) als zodanig ervaren. Plotsklaps is helemaal ingeburgerd en kan tot de standaardtaal gerekend worden.
(3) Toen Repelsteeltjes naam bekend werd, veranderde hij plotsklaps in een standbeeld.
De woorden plotseling en plots kunnen in de standaardtaal allebei niet alleen als bijwoord maar ook als bijvoeglijk naamwoord gebruikt worden. Plots als bijvoeglijk naamwoord komt het frequentst in België voor, maar ook in Nederland is het niet zeldzaam.
(4) Het is allemaal heel plotseling/plots gebeurd.
(5) Door de plotselinge/plotse inval van de winter raakte het verkeer danig in de war.
| plotsklaps | eensklaps | plotseling | plots | |
| Grote Van Dale (2005) | (bw.), eensklaps, opeens | (bw. van tijd), plotseling, onverwachts | I (bw.), als met een slag, syn. schielijk, onverhoeds, onverwachts | II (bn.), zich eensklaps voordoend, syn. plotseling: een plotse inval |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 plotseling, syn. onverwacht | 1 plotseling, syn. onverwacht | 1 zich onverhoeds voordoen, syn. onverwacht | [bn.] 1 opeens, onverwacht |
| Verschueren (1996) | Scherts. plotseling, eensklaps | plotseling (…) Syn. *ineens | 2. (…) eensklaps | bw. en ook bn. plotseling |
| Koenen (1999) | plotseling, onverwacht, onverwachts | onverwachts, plotseling | snel, schielijk, opeens, onverwachts | bn, bw eensklaps, plotseling (…) ~e dood |
| Kramers (2000) | samenvoeging van plotseling en eensklaps: ineens | plotseling | onverwacht | 2 bn, ZN onverwacht, snel: een plotse zwaai |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 199 | - | - | [bij plots] Plots is een bijwoord en kan dus niet als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt. Daarvoor hebben we plotseling, dat zowel bijwoord als adjectief is. | [bij plots] Plots is een bijwoord en kan dus niet als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt. (…) |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 215 | - | - | - | een –e dood, (correct naast:) plotselinge |
| Taalwijzer (1998), p. 265 | is als schertsende benaming, gevormd uit plotseling en eensklaps, heel gewoon in de standaardtaal | - | en plots kunnen zowel bijw. als adj. zijn | [zie bij plotseling] |