Soms wordt voor haar gebruikt, waarbij haar verwijst naar meerdere vrouwen. Moet dat niet zijn voor hen?
Ja, de moderne vorm is voor hen. Het gebruik van haar als vrouwelijk meervoud van het persoonlijk voornaamwoord is verouderd.
Na een voorzetsel wordt het persoonlijk voornaamwoord hen gebruikt.
(1) Na de plechtigheid werd er voor hen gezongen.
In dit geval kunnen met hen zowel mannen als vrouwen bedoeld worden. Het gebruik van haar in dit soort zinnen is terug te voeren op het vroegere naamvalssysteem: tot in de vorige eeuw werd haar gebruikt voor de derde en vierde naamval van de vrouwelijke meervoudsvorm. Een voorbeeld:
(2) Nadat de vrouwen uit het gezelschap zich verzameld hadden, werd haar een cadeau aangeboden.
Dit gebruik van haar, waarbij haar naar het meervoud de vrouwen verwijst, is verouderd. De ANS noemt het archaïsch en bestempelt de volgende zin (waarin haar verwijst naar de dames) als formeel taalgebruik:
(3) De dames vonden dat men haar ten onrechte gepasseerd had.
Uiteraard kan haar in vergelijkbare zinnen wel worden gebruikt als vrouwelijk persoonlijk voornaamwoord voor de derde persoon enkelvoud.
Haar / zijn (wie heeft - huiswerk niet gemaakt?)
Hen, hun / ze (verwijzing naar personen)
Hen, hun / ze (verwijzing naar zaken)
Ze / haar (verwijzing naar personen)
ANS (1997), p. 248