Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Plezant / plezierig

Vraag

Is plezant correct?

Antwoord

Nee, het bijvoeglijk naamwoord plezant is geen standaardtaal. Het komt vooral in België voor, maar is ook in Nederland niet helemaal onbekend. Alternatieven in de standaardtaal zijn plezierig, vrolijk, opgewekt, lustig, grappig, lollig, prettig, leuk, vermakelijk, vrolijk, aardig, behaaglijk, aangenaam en genoeglijk.

Toelichting

In de standaardtaal zijn er tal van bijvoeglijke naamwoorden gangbaar om uit te drukken dat iets of iemand plezierig is. Naast plezierig zijn naargelang de context ook vrolijk, opgewekt, fijn, lustig, grappig, lollig, prettig, leuk, vermakelijk, vrolijk, aardig, behaaglijk, aangenaam en genoeglijk gangbaar.

(1) Wat is het leuk een konijn te zijn.

(2) Het was een aangename reis.

(3) Ik vind haar niet erg plezierig in de omgang.

Plezant wordt in België frequent gebruikt in de spreektaal. Verder komt plezant ook meer dan eens in Nederlandse bronnen voor. Toch is het voor veel mensen niet aanvaardbaar in een geschreven tekst.

(4) Onze klasuitstap naar de haven van Antwerpen was leerrijk en plezant. (geen standaardtaal)

(5) Hij lijkt me wel een plezante kerel. (geen standaardtaal)

(6) Jij bent zeker de plezantste thuis? (geen standaardtaal)

(7) Was dat even plezant voor de knikkebollende ambtenaren. (geen standaardtaal)

(8) Bedenk daarbij dat een Franse gevangenis aanzienlijk minder plezant is dan een Nederlandse. (geen standaardtaal)

Naslagwerken

plezant plezierig
Grote Van Dale (2005) (Belg.N., spreekt.) 1 plezierig 2 vrolijk, opgewekt, lustig

1 plezier verschaffend, syn. genoeglijk, vermakelijk (…) 2 (van personen) vrolijk

Van Dale Hedendaags Nederlands (2002)

1 (Belg.) aangenaam, prettig 2 (Belg.) vrolijk, opgewekt, grappig, lollig, syn. blij

1 plezier gevend, syn. aangenaam

Verschueren (1996)

Verh. en Z.N. plezierig, prettig

vermakelijk, prettig, genoeglijk (…) Syn. *aangenaam

Koenen (1999)

plezierig

1 (van zaken) plezier verschaffend, vermakelijk, genoeglijk (…) 2 (van personen) prettig in de omgang; 3 opgewekt

Kramers (2000)

ZN 1 plezierig, prettig, vermakelijk, vrolijk, aardig

aangenaam, genoeglijk, vermakelijk, prettig

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 214

[wordt afgekeurd] plezierig, vrolijk, grappig, prettig, leuk; aangenaam

-

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

plezierig, prettig, genoeglijk, leuk, grappig

-

Nederlandse Taalunie