Is faling in de betekenis van 'faillissement' correct?
Nee, faling is geen standaardtaal. In de standaardtaal is faillissement gangbaar.
De toestand waarin personen of bedrijven verkeren wanneer ze niet in staat zijn aan hun financiële verplichtingen te voldoen, zodat er op hun vermogen beslag is gelegd, noemt men in de standaardtaal het faillissement.
(1) Het faillissement van Lernout & Hauspie was een ramp voor vele kleine beleggers.
In België gebruikt men af en toe ook faling in plaats van faillissement. Faling is echter geen standaardtaal.
(2) De rechter zal waarschijnlijk snel de faling van de firma uitspreken. (in België, geen standaardtaal)
(3) Wegens faling verdwijnen er regelmatig bedrijven uit het economische leven. (in België, geen standaardtaal)
Ook de uitdrukkingen in faling zijn, in faling stellen en in faling verklaren zijn geen standaardtaal en kunnen beter vervangen worden door failliet zijn en failliet verklaren.
(4) Het bedrijf werd door de rechtbank in faling gesteld. (in België, geen standaardtaal)
Buiten de economische sfeer betekent faling in België 'mislukking' bijvoorbeeld van een plan of van een politiek. Ook in die betekenis is faling geen standaardtaal. De mislukking en het failliet zijn alternatieven in de standaardtaal.
(5) Enkele dagen geleden waren we getuige van de politieke faling van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. (in België, geen standaardtaal)
| faling | faillissement | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., niet alg.) faillissement | 1 (…) toestand van iem. die blijkens rechterlijk onderzoek niet langer in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen en op wiens bezittingen daarom beslag is gelegd |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg., niet alg.) faillissement | 1 toestand van iem. die niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen en op wiens vermogen daarom beslag is gelegd |
| Verschueren (1996) | Z.N. Pur. faillissement | juridische toestand van iemand wiens krediet is ingestort en die zijn betalingen staakt |
| Koenen (1999) | - | 2 toestand ve schuldenaar (…) die blijkens rechterlijk onderzoek niet in staat is aan zijn verplichtingen te voldoen, terwijl gerechtelijk beslag gelegd is op het gehele vermogen ten behoeve vd gezamenlijke schuldeisers |
| Kramers (2000) | ZN faillissement | 1 staat van onvermogen; toestand van een persoon of zaak die zijn geldelijke verplichtingen niet na kan komen, ten gevolge waarvan op het vermogen beslag wordt gelegd (…) 2 het failliet-gaan |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 77 | [wordt afgekeurd] Van het werkwoord falen is het purisme 'faling' afgeleid, dat evenwel in de standaardtaal niet gebruikelijk is. In de economische sfeer gebruiken we faillissement. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 82 | [wordt afgekeurd] faillissement; de – van zijn pogingen, de mislukking; in – zijn, failliet zijn; in – stellen, verklaren, failliet verklaren | - |
| Taalwijzer (1998), p. 124 | [bij failliet, wordt afgekeurd] niet: in faling | is het failliet gaan; iem. kan in staat van faillissement verkeren, faillissement aanvragen |
| Stijlboek VRT (2003), p. 86 | [wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands zijn: faillissement, failliet zijn. |
[bij failliet/faillissement/bankroet] (…) Als iemand of een bedrijf failliet is, hebben we het over het faillissement van die persoon of dat bedrijf. Bankroet behoort tot de informele taal. In verslaggeving gebruiken we failliet en faillissement. |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | faillissement | - |